Ze loopt terug in de richting van de wijk die tegen de berghelling aanligt. Een meegebrachte emmer gevuld met eten voor haar gezin. De wijk waarin ze woont is een krottenwijk bij Huaycan, zestien kilometer ten noordoosten van Lima, Peru. De vrouw is een van rond de honderd mensen die bijna dagelijks een “menu” gaan halen in de gaarkeuken op het ommuurde terrein van de zusters van Santa Rosa.

Het eten wordt bereid door vrouwen uit de krottenwijk. Ze verdienen niets maar kunnen een maaltijd kopen voor 25 cent in plaats van voor de 35 cent die hij normaal kost. Van de opbrengst worden weer nieuwe ingrediënten gekocht.

Ten tijde van president Fujimori werden gaarkeukens door de regering voorzien van ingrediënten maar nu Toledo aan de macht is gebeurt dat volgens de zusters nauwelijks meer.

Op het terrein van de katholieke nonnen van Santa Rosa is niet alleen de gaarkeuken maar ook een bakkerij. Broodjes worden er verkocht tegen zo laag mogelijke prijzen zodat ook de mensen uit de krottenwijk ze kunnen betalen.

Broodjes die worden aangereikt door de spijlen van een hek dat de ingang van de bakkerij altijd afsluit. Het klooster is al eens overvallen door mensen die zonder hoop voor de toekomst geen andere manier zien om te overleven. De honden die ’s nachts het terrein bewaken verraden de angst voor herhaling. Toch blijven de nonnen doen wat ze kunnen om de mensen van Huaycan te helpen. Er is nog genoeg te doen.

Juli 2004